Materiaalkunde als geneeskunde

Jille Pultrum, 17 april 2015
Jille Pultrum

Ik geef al heel wat jaren met veel plezier de cursus Praktische Materiaalkunde en vergelijk dit vak wel eens met geneeskunde: eerst ben je vijf à zes jaar bezig met de basisopleiding, vervolgens specialiseer je je en als je klaar bent ben je zeker tien tot twaalf jaar verder! Dit vakgebied is zo gigantisch breed en diep.

 

 

Soms doet het materiaal is anders dan verwacht en begint men vaak van alles te proberen om niet zelden pas na veel schade en schande tot een oplossing te komen. Maar het gedrag van een materiaal begrijpen is iets anders. Waaróm is dit fout gegaan of juist goed? Dat is niet makkelijk. Maar het geeft wel grote voldoening wanneer dit lukt. En dat is belangrijk, want pas als je een materiaal snapt, beheers je het. Of zoals Johan Cruijff zegt: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’.

 

 JohhanCruijf

 

Ik begin mijn les altijd met het kleinste bouwsteentje van materie, ga vandaar uit naar de grotere kristallen tot één blok metaal. Zo kweek je materiaalbegrip. Ik gebruik zoveel mogelijk sprekende voorbeelden uit de praktijk. Zoals: waardoor ontstond scheurvorming in treinwielen? Soms komt men met snelle antwoorden zoals dat er spanning in het materiaal zit. Maar de vraag is vervolgens wat die spanning dan is en waarom dit tot scheuren leidt. Naast nieuwe feitenkennis is het begrip – het waarom - van wezenlijk belang en de rode draad in de cursus.

 

 

De laatste jaren merk ik een zekere achteruitgang in specifieke kennis. Gepensioneerden hebben hun kennis meegenomen, bij jongeren is het een ondergeschoven kindje. Met alle gevolgen van dien: onnodig hoge kosten, mislukte projecten, uitlopende levertijd. De cursus is een eerste aanzet om daar verbetering in aan te brengen en ik kan het iedereen aanraden.

Want alles wat we maken, bestaat tenslotte uit materiaal.