Misverstanden over Machineveiligheid

Vakblad Aandrijven en Besturen 2013, 20 maart 2015
process improvement

Machineveiligheid is een specialisme dat continu onder druk staat, zeker in de huidige crisis. Veiligheid kost immers geld, denkt men. De kennis ervan is vaak beperkt, onder meer omdat het onderwerp te weinig aandacht krijgt in het technisch onderwijs. Anderzijds groeit de belangstelling dankzij de Europese Machinerichtlijn 2006/42/EG, de invoering van besturingstechnische veiligheidsnormen en de toenemende risicoperceptie in onze samenleving.

 

Richtlijnen en normen

“Het onderwerp machineveiligheid is omgeven met gebrekkige kennis en misverstanden”, zegt docent John Moulen. “Zo begrijpt niet iedereen dat de Machinerichtlijn en andere Europese productrichtlijnen die op machines van toepassing zijn, zoals de EMC- en de Laagspanningsrichtlijn, wettelijk verplicht zijn. Alle Europese richtlijnen worden namelijk in nationale wetgeving opgenomen. Een ander probleem is dat men richtlijnen en normen door elkaar haalt. Europese richtlijnen geven alleen globale eisen en krijgen hun invulling door geharmoniseerde Europese normen toe te passen. Normen geven detailoplossingen waarmee aan de eisen van de EU-richtlijnen kan worden voldaan. Dat laatste moet men aantonen om het zogeheten ‘vermoeden van overeenstemming’ met de eisen uit de EU-richtlijnen te krijgen.”

 

De slager keurt zijn eigen vlees

Nog zo’n typisch misverstand is als men denkt: als een machine maar de CE-markering heeft, dan is het goed. Dat is – soms – maar zeer ten dele waar. Slechts 5% van alle machines is keuringsplichtig. Bij de overige 95% voert de fabrikant een zelfkeuring van zijn eigen machine uit. Veel eindgebruikers beseffen nog niet dat men verplicht is elke nieuwe machine voor eerste ingebruikname te (laten) keuren. Die werkgeversverplichting is, op grond van de Europese Arbeidsmiddelenrichtlijn, in Nederland vastgelegd in het Arbeidsomstandighedenbesluit, Hoofdstuk 7. Veel werkgevers weten echter niet dat ze voor dat keuren zelf verantwoordelijk zijn.”

 

Hoge kosten

Ook niet bevorderlijk voor een goede veiligheidscultuur in een bedrijf is het idee dat veiligheid duur is. Natuurlijk kost het geld om veiligheidsmaatregelen te nemen – het liefst al in het ontwerp van een machine vastgelegd. Maar een ongeluk of het achteraf verhelpen van onveilige situaties blijkt vaak veel duurder.

 

Belang van veiligheid

“Gelukkig wordt in de industrie het belang van veiligheid steeds meer ingezien. Dat komt o.a. omdat we steeds meer in een claimcultuur komen. Iedereen wil zijn eigen eilandje ‘schoon’ hebben.” Wat daarnaast ook helpt is de ruchtbaarheid die de afgelopen jaren werd gegeven aan de nieuwe normen voor besturingstechnische veiligheid.”

 

Specifieke kennis

De markt komt er steeds meer achter dat machineveiligheid een specialisme is maar het technisch onderwijs besteed er nog te weinig aandacht aan. Afgestudeerden weten in de praktijk vaak niet wat relevant is voor veiligheid. Bovendien is de specifieke kennisbehoefte afhankelijk van iemands functie, zoals engineer werktuigbouw of elektro, inkoper of manager. Dat is dan ook de reden dat Mikrocentrum bij voorbeeld voor een modulaire opbouw gekozen heeft van haar cursusaanbod.

 

PL en SIL

Aandacht aandacht voor het berekenen van faalkansen van besturingstechnische veiligheidsfuncties is ook van belang. Moulen betreurt het dat er twee besturingstechnische normen naast elkaar bestaan (Performance Level en Safety Integrity Level). Dit is volgens hem terug te voeren op een “politieke discussie tussen de internationale instituten IEC en ISO”. Een commissie is bezig om beide normen te versleutelen tot één norm; eerste resultaten zijn in 2018 of nog later te verwachten. Tot die tijd moet iedereen beide normen kunnen hanteren.
Faalkansberekeningen zijn nodig om te kunnen beoordelen of de ontworpen besturingstechnische veiligheidsvoorzieningen het in de risicobeoordeling bepaalde risiconiveau afdekken. Ook maken ze de uiterste houdbaarheidsdatum van elke veiligheidsfunctie inzichtelijk.

 

Integraal ontwerpproces

Moulen waarschuwt wel voor een eenzijdige focus op het rekenen. “Het gevaar is dat je de rekentool als ontwerptool gaat gebruiken. Wij leren de cursisten om een safety requirements specification (SRS) op te stellen, van hieruit een ontwerp te maken, de componenten erbij te zoeken en dan de berekening van de faalkansen te doen. Eerst met de rekenmachine, zodat ze leren de parameters op de juiste manier te interpreteren. Als ze dat snappen, kunnen ze met de tools aan de slag. Want veiligheid is geen kwestie van een paar sommetjes, maar integraal onderdeel van het ontwerpproces.”