Nederlandse maakindustrie in de lift

Roel Winter, Partner Delaware Consulting, 14 september 2015
shutterstock 127213184

De Nederlandse maakindustrie maakt een forse opmars door. De verplaatsing van productie naar lagelonenlanden leek een haast onomkeerbare trend in te zetten waarbij steeds meer industrie het land zou verlaten, maar niets is minder waar. Bedrijven ontdekken namelijk dat er tal van voordelen zitten aan het dicht(er) bij huis produceren en hiermee lijkt het ’Made in Holland’-credo op een belangrijke en waardevolle trend te wijzen.

 

Met een aandeel van 62% in de totale export, is de Nederlandse maakindustrie een onmisbare factor in de economie als geheel (zie ook het ING-rapport ’My industry: Groeiambities van de Nederlandse maakindustrie’). De industrie laat daarbij over de afgelopen 5 jaar een gemiddeld hogere groei zien dan andere sectoren. De toegevoegde waarde zit daarbij overigens steeds meer in het ontwerpen, ontwikkelen en verkopen van producten, en minder in het produceren zelf. Het gaat hier veelal om zeer gespecialiseerde bedrijven die werken met unieke, en dus waardevolle, technologische producten en processen. Het verplaatsen van dergelijke productieketens naar andere landen is dan ook op zijn minst lastig te noemen en vaak zelfs onwenselijk. Het vermindert immers de mogelijkheden om snel te kunnen schakelen en kan de kans vergroten dat bedrijfsgeheimen in verkeerde handen belanden.

 

Van kennis- naar maakindustrie

Motor achter deze technologisch geavanceerde maakindustrie is natuurlijk de kennisindustrie, die in het geval van de maakindustrie sterk steunt op de drie technische universiteiten die Nederland rijk is. Maar ook vanuit bedrijven vereist deze ’kennisproductie’ een grote investeringsbereidheid en het doet mij goed te zien dat deze absoluut aanwezig is. R&D, zo merk ik, wordt door alle betrokken partijen onderstreept als fundament voor verdere groei van de sector.

 

Co-creërend de toekomst in

Bij al deze ontwikkelingen neemt het proces van co-creatie een centrale rol in. Het delen van kennis en het snel kunnen schakelen tussen consument, producent en kennisinstelling staat vaker en vaker aan de basis van (bedrijfs)economisch succes. Aan de hand van deze co-creatie worden productieprocessen geoptimaliseerd en kan directer ingespeeld worden op bewegingen in de markt. Niet langer bepaalt een aantal grote bedrijven wat er op het productiemenu staat, maar zien we een dynamisch en innovatief speelveld ontstaan waarbinnen op creatieve en open wijze wordt samengewerkt. Een manier van werken die lastiger is wanneer het grootste deel van de productie is uitbesteed aan bedrijven in ver gelegen landen, waarbij voor iedere verandering rekening gehouden moet worden met verschillen in taal, cultuur, tijdzone en regelgeving.

Natuurlijk gaan deze ontwikkelingen ook gepaard met uitdagingen. Zo blijft het trainen en werven van het juiste personeel een aandachtspunt. Ook zal er nog meer geïnvesteerd moeten worden in hoogwaardige (robot)technologie. Een derde speerpunt is het (blijven) spelen van leidende rol in de zogenaamde ’Industry 4.0’, waarbij constante interactie tussen verschillende systemen de norm zal zijn.

 

De ’flow’ te pakken

Maar ondanks deze aandachtspunten zijn er genoeg redenen om positief te zijn. Het innoveren en produceren op Nederlandse schaal stelt bedrijven in staat om intern snel te schakelen en de problemen die kunnen komen kijken bij het verplaatsen van complexe productieprocessen naar lagelonenlanden, in zijn geheel te vermijden. Het intensief co-creëren met een veelheid aan partijen geeft een grote stimulans aan onze flexibiliteit en innovativiteit. De Nederlandse maakindustrie zit, kortom, in de flow en het ziet ernaar uit dat dit pas het begin is!


Delaware Consulting BV exposeert dit jaar tijdens het Business Software Event, standnummer 35.


Bron: delawareconsulting.nl