Spanen maken in 2020: staat de vakman aan de machine of de PC?

Made in Europe,  7 juli 2015
740 kraanen.30c712ea8c5d

Dat er in 2020 nog volop verspaand wordt, dat trok niemand op Verspanen 2020 in twijfel. Maar het wordt wel minder, betoogde Marc Evers van KMWE. En het wordt anders. Meer ICT-gedreven. Verdwijnt daarmee de vakman uit de werkplaats?

 

Fried Kaanen, voorzitter van de Koninklijke Metaalunie: "Verspanen blijft, alleen neemt de rol van ICT sterk toe." 

"Verspanen is van alle tijden", zo steekt Metaalunie-voorzitter Fried Kaanen van wal in de strategiesessie tijdens Verspanen 2020.
Vanaf de industriële revolutie tot en met de high tech machines van ASML: overal zitten verspaande componenten in. Kaanen denkt dat je deze lijn kunt doortrekken:
"Verspanen is van alle tijden. Maar toleranties worden steeds kleiner, doorlooptijden korter, de kwaliteitseisen nog hoger. Want daarin ligt de toekomst van de verspaning in West-Europa.”
ICT is een tool om dit mogelijk te maken. Fried Kaanen is dan ook overtuigd dat de rol van ICT in de verspaning groot gaat worden.

 

Breekt automatisch CAM-programmeren door?

Daarover zijn de meningen verdeeld. Marc Evers (KMWE) denkt dat de beste vakmensen ook in de toekomst weten wat het betekent om spanen te maken. Er zullen zeker algoritmes en geautomatiseerde programma’s komen die een deel van het huidige werk overnemen.
“Maar je hebt een vakman nodig die verstand van de materie heeft om de juiste beslissing te nemen. Je moet weten hoe het haasje loopt.”
Dat zal zeker de komende vijf tot tien jaar het geval zijn, denkt de COO & CTO van KMWE.
“Zover zijn we nog niet met featureherkenning en dergelijke. We maken hier moeilijke onderdelen. Als je geld wilt verdienen door optimalisatie heb je andere features nodig dan die er nu aankomen.”
Maarten van Teeffelen (directeur CNC Consult & Automation), die zich vanuit de zaal in de discussie mengde, denkt er anders over. Over vijf jaar zul je ook complexe producten automatisch CAM-programmeren.
“Ook een kamer in een complex product heeft herkenbare features. En dan heb je andere mensen nodig die het proces inrichten.”

De toekomstige vakman start volgens Maarten van Teeffelen in de nabije toekomst vanuit de ICT in de verspaning en niet van achter de machine. Dat denkt ook André van der Leest, projectleider Teqnow, die zich eveneens vanuit het publiek in de discussie mengt. De startkwalificatie verschuift van niveau 2 naar niveau 4, misschien wel 4 plus en 5 (hbo), zo verwacht hij.
“We denken te kort voor de kar. Misschien klopt dit (het beeld van de vakman die start aan de machine, red.) de komende drie jaar, maar niet over tien jaar.”

 

Magistor demo4

 

 

Weten hoe je de krul van materiaal afhaalt

Marc Evers ziet wel dat zich specialismen ontwikkelen. De groep die echt weet waar het over gaat, onderscheidt zich echter van de groep die software gebruikt. De basis blijft in zijn ogen de frees- of draaimachine. Daarmee moet je vertrouwd zijn. “Onze beste mensen zijn de jongens die we zelf opgeleid hebben, die begonnen zijn als vakman aan de bank. Je moet de link behouden met wat verspanen is: hoe komt die krul van het materiaal af.”

André Hoogstrate (TNO) denkt dat de waarheid ergens in het midden ligt. Repeterend werk wordt geautomatiseerd. Dat gaat de robot doen. Het werk van de vakman wordt complexe dingen uitzoeken. En op dat punt wordt de interactie met de engineer belangrijker, betoogt John Blankendaal van Brainport. “De verspaner moet multifunctioneel zijn. Hij moet communiceren met hbo’ers. Dat vereist andere vaardigheden.”

 

 

740 evershoogstraete.b756ad53141f

Links: Marc Evers, rechts: André Hoogstrate (tijdens de strategiediscussie).

 

TU Twente: toekomst CAM-programmeren

Of de plek van de verspaner straks overgenomen wordt door een ICT-toepassing, blijft nog koffiedik kijken. Hans Tragter, CADCAM-onderzoeker aan de TU Twente, is echter bezig met een smart synthese tool die op het eerste gezicht degenen die geloven in het vergaand automatiseren van de werkvoorbereiding gelijk geven. De software waar hij in Enschede aan werkt, doorzoekt in een fractie van de tijd duizenden alternatieve modellen. Het gaat hier om een heel nieuwe manier van designen en engineeren van complete installaties, machines en samenstellingen.
Hans Tragter noemt het strategisch werkvoorbereiden. “Je ziet dat de productiviteit van de machines sneller stijgt dan die van de backoffice. Neemt de productie toe, dan moet men de capaciteit van de backoffice uitbreiden. Een order vergt 10 weken tot het uitlevermoment, het instellen en het produceren kost niet meer dan een week. Dat is niet goed.”

De Smart Synthese Tool is eigenlijk een routeplannen voor technische designs. De invoer in het systeem is niet hoe de oplossing er uitziet, maar wat de samenstelling moet kunnen. Op basis daarvan rekent de software tal van mogelijke oplossingen door en geeft deze grafisch weer. Je kunt dan op basis van een bepaalde performance (bijvoorbeeld kosten, doorlooptijd, gewicht) het ideale model vinden.

 

 

Strategisch werkvoorbereiden

Hans Tragter verwacht dat deze tool engineering op zijn kop zet. Nu worden de belangrijkste beslissingen aan het begin van een project genomen.
”En elke beslissing beperkt je ruimte verder in. Je volgende beslissing duwt je nog verder in een bepaalde richting. In situaties met nieuwe designs, nieuwe eisen of nieuwe materialen is dat lastig. Je moet dan aan het begin van het traject beslissingen nemen die van invloed zijn op kosten, doorlooptijd en nauwkeurigheid, terwijl later wellicht veel betere alternatieven mogelijk zijn.”

 

Die doorberekeningen maak je met synthese software in luttele seconden. Tragter gaf het voorbeeld van een prototype van een bagageafhandelingssysteem van Vanderlande Industries, bestaande uit 3500 designstappen en 125 verschillende modules. Het doorrekenen van elke mogelijke oplossing kost slechts 6 seconden.
Hans Tragter: “Een ervaren team engineers kan in één tot twee dagen een oplossing bedenken voor één probleem. Onze software bedenkt honderden mogelijkheden in een paar minuten.”

Een andere proef is gedaan bij Voest. Daar is de softwaretool gebruikt om de meest ideale configuratie van een productiecel te bepalen voor producten die aan het einde van hun levenscyclus zijn en in kleinere aantallen geproduceerd worden. “Zoveel factoren zijn van invloed op zo’n cel dat een mens daar niet meer uit kan kiezen. Je verdwaalt in de mogelijke configuraties.”